Spider-Man : Homecoming - 3D

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2017
Releasedatum: 
19/07/2017
Filmgenre: 
Actie
Avontuur
Speelduur: 
133 minuten
Verdeler: 
Sony Pictures Releasing
Regisseur: 
Jon Watts
Producent: 
Kevin Feige
Amy Pascal
Tom Holland
/  
Peter Parker/Spider-Man
/  
Tante May
/  
Adrian Toomes/Vulture
Zendaya
/  
Michelle
Jon Favreau
/  
Happy Hogan
Donald Glover
/  
Aaron Davis
Tyne Daly
/  
Anne Marie Hoeg
/  
Tony Stark/Iron Man
Jacob Batalan
/  
Ned Leeds
Laura Harrier
/  
Liz Allan
Tony Revolori
/  
Flash Thompson
Bokeem Woodbine
/  
Shocker
Michael Chernus
/  
Phineas Mason/Tinkerer
Logan Marshall-Green
/  
Brice
Michael Barbieri
/  
Charles

Stop weg die tablet en VR-app, neem lei en krijt en zet een streepje bij op het MCU-scorebord: het zestiende, want “Spider-Man Homecoming” is officieel numero XVI in het steeds verder uitdijende filmuniversum van Marvel. Vanaf nu maakt ook Peter Parker deel uit van het superheldensterrendom, nadat hij eerder al die tijd aan de zijlijn moest toekijken hoe al die andere spandexdudes wel met elkaar mochten Mariokarten. Had allemaal te maken met een rechtenkwestie trouwens: Sony heeft/had de rechten op “Spider-Man” en kon die enkel behouden door op geregelde tijden een film met de spinnenheld te draaien. Probleem: de rebootfranchise met Andrew Garfield stelde de geldschieters niet echt tevreden en een derde deel bleek geen optie. De rechten laten verwateren ook niet. En de reeks nog eens opnieuw opstarten zou helemaal belachelijk geweest zijn.

Waarop de Marvelbonzen met een reddend voorstel voor de dag kwamen: Spidey integreren in hun normaal door Disney op de markt gebracht universum. Zo kan Parker zijn avonturen blijven beleven als radar in het grote geheel en blijft het personage officieel toch bij Sony. Iedereen tevreden, alleman content: waarom moeilijk als het ook gemakkelijk kan. Eens de deal beklonken mocht Spider-Man al eens komen aperitieven in “Captain America: Civil War” vooraleer te mogen aantreden in deze “Homecoming”, zijn eerste soloavontuur. Of duo, want oude getrouwe Iron Man is ook nogal opvallend in het verhaalweb opgenomen.

Twee paragrafen om de achtergrond van een stripheldenuniversum te duiden? Jawel jawel, dat is blockbustercinema anno 2017 – and beyond. Los daarvan: Spider-Man is best een geinig karakter. Een alledaagse tiener die na de beet van een radioactieve spin plots webben kan schieten, de misdaad kan bestrijden en ondersteboven hangend meisjes kan kussen: welke zichzelf respecterende puber zou het zelf ook niet willen kunnen. Of kunnen willen. En dat maakt hem eigenlijk stukken interessanter dan afgegleden goden, superkrachtmiljonairs of buitenaardse spierbonken. Al is het misschien net die mix van verschillende entiteiten die het Marvelimperium pas echt interessant maakt. Interessant als woord om een stripheldenuniversum te duiden? Jawel jawel, ’t Is nog steeds 2017 – and beyond. Ook het woord sérieux komt trouwens aanbellen.

Een sérieux die er bijna niet is in “Homecoming”. Nummer zestien uit de reeks zet net als of misschien zelfs nog meer dan nummer twaalf (“Ant-Man”) hoofdzakelijk in op de leut. Geen grote issues hier: gewoon een tiener die het meisje waar hij een oogje op heeft probeert mee uit te vragen en tussendoor in een spinnenpak getooid verloren gelopen bejaarden uit bomen haalt. Maar het niet vindt kunnen dat een snoodaard gevaarlijke wapens aan criminelen verkoopt. Die snoodaard is Adrian Toomes aka The Vulture, en die verkoopt wapens en pleegt overvallen om zijn appelboom voor de dorst bijeen te sparen nadat hij ooit een ondergewaardeerde working class hero was.De wapens die hij op de markt gooit zijn niet zomaar wat eenvoudig Kalasjnikovs. Nope, het zijn allesvernietigende Chitaurituigen - zie onder meer “The Avengers” en “Avengers: Age Of Ultron” - die hij kon meenemen uit de ruïnes van het vernietigde Avengershoofdkwartier en later gewoon steelt uit het door Tony Stark beheerde Department Of Damage Control. Spider-Man wordt de doorn in het oog van Vulture, en daar komt aan het eind een robbertje vechten van, uiteraard.

Een vrij flets robbertje vechten, eigenlijk. Maar er gaat eens geen gebouw tegen de vlakte, da’s ook al iets. “Spider-Man: Homecoming” zet trouwens niet veel geld in op destructieve poespas. Op de finale na zijn er eigenlijk maar twee grote setpieces: eentje op het Washington Monument (de beste scène uit de prent) en eentje op een ferryboot. Voor de rest concentreren regisseur John Watts en het legertje scenaristen zich vooral op het dagelijkse jachtige leven van de middelbareschoolheld. Een keuze die van “Homecoming” aangenaam kijkvoer maakt. De huidige tienergeneratie zal dit ongetwijfeld smaken, en de voorgaande tienergeneraties worden niet hersendood om de oren geslagen. Dat het werkt komt ook door de cast: Tom Holland is uitstekend als betrouwbare superheldknul en weet de teneur van de comics treffend te treffen. Ook Michael Keaton is goed gecast als Birdman … excuus, The Vulture.  

Twee uur en een kwartier respectabel blockbustervertier dus. Maar toch zijn er nog kosten aan. Het bruggetje met de Chitauri is een goede opstap om Spider-Man in het Avengersuniversum te betrekken, de aanwezigheid van Tony Stark/Iron Man/Robert Downey Jr. is dat minder. Zijn aanwezigheid hier zal wel nodig zijn als franchiselijm, maar telkens hij als een eigenwijze maatpakyoda Peter Parker de les staat te spellen, boet “Homecoming” aan spankracht in. En de scène waarin Parker een geavanceerd Spider-Manpak aantrekt vol met technische overkill-snufjes aan zijn lijf en de stem van Jennifer Connelly in zijn oor doet de titelheld toch een stuk eigenheid verliezen, daar hij dan niet meer moet vertrouwen op zijn eigen vernuft maar op wat het conglomeraat mogelijk maakt. Muggenziften in een spinnenfilm? Moet kunnen. Mierenneuken trouwens ook, maar dat zal voor een volgende gelegenheid zijn.

Kortom, als plakbandhoofdstuk in de Marvelreeks mag “Spider-man: Homecoming” er zeker zijn, en het jeugdig enthousiasme zorgt ervoor dat de mooi staande drie sterren vlot binnenrollen. Wat niet wegneemt dat twee uur en een kwartier best lang is voor een film waarin weinig substantieels gebeurt. En waarin het eigenlijke sleutelwoord eerder ‘filler’ dan ‘killer’ blijkt te zijn.

Alex De Rouck