Solo : A Star Wars Story

Productiejaar: 
2017
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
23/05/2018
ReleaseJaar: 
2018
Verdeler: 
Walt Disney Studios Motion Pictures
Speelduur: 
134 minuten
Filmgenre: 
Actie
Avontuur
Science-Fiction
Regisseur: 
Ron Howard
Producent: 
Kathleen Kennedy
Allison Shearmur
Simon Emanuel
Director of Photography: 
Bradford Young
Uitvoerend Producent: 
Lawrence Kasdan
Jason McGatlin
Phil Lord
Christopher Miller
Scenarist: 
Jonathan Kasdan
Lawrence Kasdan
Beeldmonteur: 
Chris Dickens
Productie Ontwerper: 
Neil Lamont
Alden Ehrenreich
/  
Han Solo
Woody Harrelson
/  
Beckett
Emilia Clarke
/  
Qi'ra
Donald Glover
/  
Lando Calrission
Thandie Newton
/  
Val
Phoebe Waller-Bridge
/  
L3-37
Joonas Suotamo
/  
Chewbacca
Paul Bettany
/  
Dryden Vos

A Long Time Ago in A Galaxy Far Far Away … ja hoor, de klassieke opener is van de partij in deze “Star Wars Story”, maar houdt tegelijkertijd niet veel steek meer. Nu Disney het “Star Wars”-universum beheert, komt er immers elk jaar een SW-film in de zalen, en binnenkort volgt er zelfs een televisiereeks. Of streamingreeks, zoals dat tegenwoordig heet. De huidige generatie mag het dus vergeten om smachtend uit te kijken naar een nieuw SW-avontuur, daar ze er constant mee om de oren zullen worden gemept. Lang geleden en heel ver weg? Niet echt.

“Solo” is de tweede alleenstaande SW-titel uit de anthologiereeks. Nadat “Rogue One” twee jaar geleden netjes een brug wist te slaan met het trendsettende origineel uit 1977, is er met Solo opnieuw een duidelijke link naar George Lucas’ universum. De jonge jaren van vrijbuiter, avonturier, smokkelaar en prinsessenverleider Han Solo heeft immers ook Chewbacca, de Millennium Falcon, een jonge Lando Calrissian en zelfs een snuifje “The Phantom Menace” in de aanbieding. Of dat snuifje nodig was, is een andere vraag.

Dat “Solo” voor het grootste deel van de tijd onversneden plezier brengt, komt voor een groot deel door de nostalgiefactor. En ook wel door de insteek van ruimtewestern. Dat de jonge Solo al snel deel uitmaakt van een bende desperado’s die onder leiding van Woody Harrelson een overval pleegt op een trein is een leuke en geslaagde vondst. Die overval is meteen ook het moment waarop “Solo” resoluut uit de startblokken schiet: de intro die er aan voorafgaat zoekt soms iets te zichtbaar naar een juiste toon en kan niet helemaal overtuigen. Maar van zodra Solo, Bacca, Calrissian en Falcon het scherm mogen domineren valt er genoeg leute en plezier te rapen. Zeker omdat er fijne knipogen naar de Solo-mythologie in de etalage staan: de Kessel Run, Solo’s manierismen en oneliners, zijn flamboyante poses … Alden Ehrenreich maakt zich de Harrison Ford-erfenis mooi eigen. Hij mag dan wel een on set acteercoach gekregen hebben tijdens de productie, het heeft alvast zijn vruchten afgeworpen.

Blijft de vraag hoe “Solo” er zou hebben uitgezien zonder regisseurswissel. Tim Lord en Christopher Miller werden tijdens volle productie van het project gehaald door producente Kathleen Kennedy en scenarist Lawrence Kasdan omdat die zich niet konden verzoenen met de freewheelende aanpak van beide heren die eerder successen scoorden met “Cloudy With A Chance Of Meatballs”, “The Lego Movie” en de “Jump Street”-films. De tong zat duidelijk iets te strak in de wangen en Marshall ging uiteindelijk op zoek naar een regisseur met een meer klassieke aanpak (lees: een regisseur die ze beter in het gareel konden houden). En dat werd Ron Howard, in wiens uitgebreide vakmanoeuvre zowel goede als minder goede titels te rapen zijn. De wissel leidde niet echt naar postproductioneel drijfzand. Of toch niet flagrant. “Solo” haalt de finish als lekker wegkijkend jongensavontuur dat bij momenten dicht aanleunt bij de freewheelende spirit van de originele trilogie.

Toch is niet alles geslaagd: het wel heel modderig ogende grijs-bruine camerawerk zorgt voor een donkerte die haaks staat op het escapisme, de bokkensprongen van Qi’Ra in de finale leiden eerder tot ogengerol dan nagelgebijt - ook al omdat Emilia Clarke vrij slapjes acteert – en de open deur naar een alsnog niet bevestigde sequel was ook niet nodig. Halfopen franchises: ze mogen gerust voor een tijd het koelvak in, eigenlijk. Ook de montage is her en der slordig, en sommige scènes ogen onaf of gehaast: zo mocht de finale ontmoeting tussen Solo en Lando (een amusante Donald Glover) zeker wat meer oempf hebben gehad.

Hebben oempf genoeg: de twee centrale actiescènes. De overval op de trein en vooral de lange caprioolscène met de Millennium Falcon scoren hoog in het “Star Wars”-canon. Kippenvel verzekerd bij de flitsen van Williams’ originele leitmotief die tijdens de vuurdoop van ’s popcorncinema’s bekendste platte schijf subtiel in de geluidsmix zijn verwerkt. Ook een veelvuldig grommende Chewbacca is in bloedvorm: dit is evenzeer zijn film als die van de titelheld. Een ode aan een man in een harig pak? Yep, het wordt tijd dat de slotzin eraan komt, of het wordt helemaal te bar. Maar los van alle tegenkantingen en ‘dat kon beter’-opmerkingen: “Solo” is wis en waarachtig “A Star Wars Story” met een hart voor alles wat voorafging. Of wat er tijdslijngezien eigenlijk na kwam.

Alex De Rouck