The Predator

Productiejaar: 
2018
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
03/10/2018
Verdeler: 
20th Century Fox
Speelduur: 
118 minuten
Filmgenre: 
Actie
Avontuur
Horror
Science-Fiction
Thriller
Regisseur: 
Shane Black
Producent: 
John Davis
Director of Photography: 
Larry Fong
Uitvoerend Producent: 
Bill Bannerman
Ira Napoliello
Scenarist: 
Fred Dekker
Beeldmonteur: 
Harry Miller III
Billy Weber
Productie Ontwerper: 
Martin Whist
Kostuumontwerper: 
Tish Monaghan
Componist: 
Henry Jackman
Boyd Holbrook
/  
Quinn McKenna
Trevante Rhodes
/  
Nebraska Williams
Jacob Tremblay
/  
Rory McKenna
Keegan-Michael Key
/  
Coyle
Olivia Munn
/  
Dr. Casey Brackett
Thomas Jane
/  
Baxley
Alfie Allen
/  
Lynch
Augusto Aguilera
/  
Nettles
Sterling K. Brown
/  
Traeger
Yvonne Strahovski
/  
Emily
Jake Busey
/  
Dr. Sean Keyes

Het wil niet echt lukken met de “Predator”-franchise. De eerste sequel uit 1990 op de Schwarzeneggerculthit uit 1987 hield nog steek met volgnummertje twee, daarna was iedereen de kop en de staart kwijt. Dat bleek toen een bende pipo’s het een slim idee vond om in 2004 het afgrijselijke “Alien Vs. Predator” uit de inspiratieloze couveuse te halen. En daar kwam drie jaar later zowaar nog een vervolg op met het al even idiote “Aliens  Vs Predator: Requiem”. Toen was eigenlijk al duidelijk dat er maar weinig geïnspireerds aan te vangen was met de ‘Whoopi Goldberg Alien’, maar toch kwam er in 2010 met “Predators” nog een poging om de sf-reeks rond buitenaardse kameleonroofdieren die niet vies zijn van een succulent stukje mensenvlees een nieuwe start te gunnen. Ook na die weinig brokken makende film zag het ernaar uit dat het koelvak definitief riep. Niet dus. Shane Black toonde zich zowaar bereid om een sequel te draaien die – zo werd beloofd – trouw zou blijven aan de teneur van de eersteling.

Tussen Black en mastodontactieproducenten als Joel Silver en John Davis was het in het tweede deel van de jaren tachtig dikke mik. In het voor Black gezegende jaar 1987 schreef hij met “Lethal Weapon” de actiehit van het jaar en was hij als acteur te zien in “Predator” waarvoor hij ook een anonieme scriptdokterbijdrage leverde. Ergens is het dus treffend dat Black de kans krijgt om als regisseur-scenarist terug te keren naar de speeltuin waar zijn 26-jarige ik in opgroeide. Hij schreef het scenario voor “The Predator” samen met jeugdvriend Fred Dekker - regisseur van het uit 1986 stammende megafantastische “Night Of The Creeps” – en leverde een zesde “Predator”-film af die zoveel als mogelijk terugkeert naar het origineel van John McTiernan en alles wat er na “Predator 2” kwam wijselijk doodzwijgt. Er is zelfs een duidelijke link met dat vervolg, daar Jake Busey hier een personage vertolkt dat de zoon is van het personage dat in P2 door zijn vader Gary werd vertolkt.

Trouw blijven doet Black dus wel degelijk. Hij zet zijn geld in op kibbelende militairen, explosieve actie, vulgaire hard-boiled oneliners die over gaan in grof geweld en vice versa … het lijkt wel alsof Black en Dekker hun scenario in Wordperfect hebben geschreven en met een matrixprinter hebben afgeprint. De voordeur der jarentachtigliefde staat wis en waarachtig wagenwijd open. Wat het dubbel jammer maakt dat “The Predator” als film voor het overgrote deel de mist ingaat. In het eerste uur ben je als kijker nog geneigd mee te gaan in de grove B-filmpastiche, in het warrige tweede deel is de kans klein dat je nog bij de les wil blijven. De derde akte bleek van meet af aan een probleemkind, daar die bijna volledig opnieuw werd opgenomen na een paar weinig enthousiast onthaalde testscreenings. Uiteindelijk belandde ook de rol van Edward James Olmos als militair volledig op de montagetafel.

Plotgewijs draait alles rond sluipschutter Boyd Holbrook die tijdens een missie in Mexico ziet hoe een ruimtetuig met daarin een predator neerstort. Hij kan het masker en een deel van het wapenarmatuur buitmaken, en stuurt dat naar zijn huis in Amerika. Waar het wordt opgepikt door zijn autistisch zoontje die zo een rechtstreeks connectie krijgt met de predator die zijn spullen terug wil. De CIA wil dan weer de predator terug en een nog grotere predator komt – samen met twee predateurhonden – ook naar de aarde om orde op zaken te stellen en om … en … en, ja … om wat eigenlijk?

De ganse kluit verzandt in een moedeloos rommeltje waarin de kakafonie van luide grappen en nog luider geweld steeds maar nietszeggender wordt. Black doet welhaast geen enkele moeite om plotgaten te dichten, laat staan om een coherente verhaalscharnier te brengen waarin alles naast beweegt ook ademt en leeft. Black is zo verliefd op zijn eigen onelinercircus dat hij vergeet om relevant te zijn. En dat is toch iets dat je zou mogen verwachten van een scenarist/filmmaker die ooit 4 miljoen dollar kreeg voor een luttel script. Dat van “The Long Kiss Goodnight” om precies te zijn. Wel goed gelachen met de Tourettewijsheid ‘Fuck Me With An Aardvark’, ’t is toch ook al wat.

Meer mis dan hit dus, deze brij. Producer John Davis liet ergens al uitschijnen dat “The Predator” het begin van een nieuwe trilogie kan zijn. Hoeft niet hoor, John.

Alex De Rouck