Grave (VS : Raw)

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2016
Releasedatum: 
15/03/2017
Filmgenre: 
Drama
Horror
Speelduur: 
98 minuten
Verdeler: 
O'Brother Distribution
Regisseur: 
Julia Ducournau
Producent: 
Jean des Forêts
Julie Gayet
Nadia Turincev
Beeldmonteur: 
Jean-Christophe Bouzy
Kostuumontwerper: 
Elise Ancion
Garance Marillier
/  
Justine
Ella Rumpf
/  
Alexia
Rabah Nait Oufella
/  
Adrien
Joana Preis
/  
De Moeder
Laurent Lucas
/  
De Vader
Marion Vernoux
/  
De Verpleegster
Bouli Lanners
/  
De trucker

Er zijn zo van die vragen. Zoals deze. Is “Grave” een als horrorfilm vermomde coming of age-film of is het een als coming of age verpakte horrorprent? Feit is dat Julia Ducourneaus “Grave” zich niet in een hokje vangen, zelfs niet in twee. De invloeden zijn in elk geval duidelijk: de vroege body horror van David Cronenberg loert constant om het hoekje, en bij de pinken zijnde filmreferenties in het rond strooiende medemensen gooien er vast ook nog David Lynch, Nicolas Winding Refn en Lars Von Trier tegenaan. En misschien zelfs de broers Dardenne. En ook nog Ben Wheatley, met wie componist Jim Williams vier keer samenwerkte.

Qua name dropping in een eerste paragraaf kan dit tellen. Hoog tijd om de plot van deze feministische vrouwenhorror aan te rake dus. Grave volgt Justine (Garance Marillier) die in het kielzog van haar ouders destijds en haar één jaar oudere zus naar de universiteit van Luik trekt om er dierengeneeskunde te studeren. De schuchtere en vegetarische Justine ondergaat na haar ontgroening een heuse metamorfose. Nadat ze een bloeddouche ondergaat die niet moet onderdoen voor die van Carrie White, wordt ze verplicht om een rauwe nier van een konijn te eten. En dat heeft een hevige invloed op haar metabolisme: niet alleen foefelt ze al eens stiekem een hamburger in haar stofjas, ook mensenvlees en bloed blijkt haar plots zeer genegen te zijn. Van vegetariër tot (mensen)vleeseter dus, maar ook van goedwillige seut tot bloeddorstige vamp. Of toch minstens een bloeddorstige feministe met haar op (en soms ook tussen) de tanden.

Ducourneau wou met haar langspeeldebuut naar eigen zeggen een taboe doorbreken door een kannibalenfilm te draaien waarbij je als kijker sympathie hebt voor het hoofdpersonage in plaats van het als een monster te zien. Een beetje zoals George A. Romero destijds de vampier wou demystificeren met “Martin”. Door te kiezen voor een op de drempel van de volwassenheid staand tienermeisje, haalt de cineaste haar slag thuis. Of toch bijna: om sympathie voor Justine te krijgen en te houden moet je immers door een grauwe omkadering heen. De ontgroeningsrituelen zijn vettig en smerig, de omgeving van de universiteit donker en groezelig en zelfs Justines zus hoort niet meteen thuis op een zonnige en uitnodigende “Je bent jong en je wilt wat”-poster. Een schemerzone waarin het toch moeilijk is om Justine te omarmen als arm schaap. Ook al omdat het niet echt duidelijk is wat Ducourneau nu precies wil zeggen: dat het goed is dat je van naïef meisje verandert in een (letterlijk) mannenverslindende vrouw, of dat het best ok is om in een harde maatschappij ook hard te worden wil je overleven? Bovendien toont Justine weinig of geen emotionele twijfels over haar steeds grotesker wordende daden, en neigt ze in tegenstelling tot pakweg het vampierenmeisje in “Let The Right One In” niet expliciet naar innerlijke twijfels of boetedoening.

 

Of misschien doet die inhoud er niet eens toe. Het is vooral visueel dat Ducourneau met de meeste goede punten gaat lopen. Haar beeldvoering is helder en soms zelfs heel scherp (de autocrashes snijden door merg en been) en zonder de gore scènes echt te forceren weet ze toch een groot yukketieyuk-gehalte op te roepen. Een stijl waarmee ze mooi aansluiting vindt bij de in de eerste paragraaf geloste voorbeelden.

Opvallend is wel de koerswijziging vlak voor de eindgeneriek: in plaats van “Grave” met een te verwachten grauw slotakkoord te laten eindigen, kiest Ducourneau zowaar voor een wel heel ludieke uitsmijter die meer gemeen heeft met B-slashers dan met de volwassen horror die ze anderhalf uur propageerde. Meteen ook de enige keer dat de mondhoeken breed grijnzend naar omhoog gingen in dit voor de rest strak metaforisch vrouwenportret.

Alex De Rouck