Bohemian Rhapsody

Productiejaar: 
2018
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
31/10/2018
Verdeler: 
20th Century Fox
Speelduur: 
129 minuten
Filmgenre: 
Biografie
Drama
Muziek
Regisseur: 
Bryan Singer
Producent: 
Graham King
Jim Beach
Director of Photography: 
Newton Thomas Sigel
Scenarist: 
Anthony McFarten
Beeldmonteur: 
John Ottman
Productie Ontwerper: 
Aaron Haye
Kostuumontwerper: 
Julian Day
Rami Malek
/  
Freddie Mercury
Lucy Boynton
/  
Mary Austin
Gwilym Lee
/  
Brian May
Ben Hardy
/  
Roger Taylor
Joe Mazzello
/  
John Deacon
Aidan Gillen
/  
John Reid
Tom Hollander
/  
Paul Prenter
Allen Leech
/  
Paul Prenter
Aaron McCusker
/  
Jim Hutton
Mike Myers
/  
Ray Foster

Het korte, maar krachtige leven van de in 1991 op 45-jarige leeftijd aan aids bezweken flamboyante Farrokh Bulsara/Freddie Mercury leent zich uitstekend voor een visueel uitdagende verfilming. Als frontman van Queen is hij zevenentwintig jaar na zijn dood nog altijd een muzikale legende, en dat zal hij ook nog zijn op het moment dat de laatste kakkerlak het aardse betonrotlicht uitdoet. Dat twee leden van Queen nog steeds optreden met een andere frontzanger en dat het beheer van de Queen Estate elk jaar wel een archiefopname of nieuwe best of-verzameling uitbrengt, houdt het vuur natuurlijk laaiend. Maar zelfs zonder dat nieuwe vuur zou Mercury nog steeds een kwikzilveren legende zijn. En terecht: samen met de andere bandleden maakte hij in de jaren zeventig revolutionaire progrock en ook de rocksound van de jaren tachtig werd voor een groot deel mee door hen gekneed met ettelijke geschiedschrijvende elpees en instant klassieke anthems.

Dat de film over Mercury en Queen braaf en toegankelijk is geworden en visueel weinig risico’s neemt, zorgt ervoor dat de ontvangst van “Bohemian Rhapsody”  niet unaniem extravagant is. Met negatieve consensussen van een gemiste kans tot eenheidsworst als resultaat. Al is het eigenlijk de logica zelf dat een geautoriseerde film over Mercury zich op een groot publiek wil focussen en vooral geen fans tegen de borst wil stoten met experimentele handcamerashots van een bezwete Mercury die met zeven mannen tegelijkertijd de fandango doet. Want daar was hij niet vies van, de rakker.

Brian May, Roger Taylor en Queen-manager Jim Beach waren nauw betrokken bij de productie, en dat zou alvast de reden zijn dat Sacha Baron Cohen tijdens de preproductie huiswaarts werd gestuurd wegens creatieve meningsverschillen. Cohen zou het volgens de wandelgangenspionnen wel stouter hebben gewild. Cohen heeft inderdaad genoeg Mercury-uiterlijkheden om te kunnen deelnemen aan een dubbelgangerswedstrijd, maar die heeft vervanger Rami Malek ook. Hij maakt zich Mercury’s manierismen op een vaak verbluffende manier eigen: zowel de klankkleur als bewegingen op het podium benaderen “killer Queen” perfectie.

Het verhaal van Mercury en Queen kent filmisch een fragmentarisch karakter, maar dat is nu eenmaal de aard van het biografiebeestje. Als maker moet je keuzes maken, tijdskaarten gebruiken en de meest interessante en relevante zaken uitlichten en eventueel zelfs wat manipuleren. In die optiek zijn de keuzes van scenarist Anthony McCarten – die veel mosterd haalde uit een in 2011 verschenen biografie en uit gesprekken met May, Deacon en anderen die Mercury persoonlijk kenden – begrijpelijk. Clichés vermijden doet hij niet altijd (de scènes bij Freddies ouders thuis zijn net een tikkel te soaperig), maar narratief brengt hij een boeiend verhaal. Mercury’s innerlijke demonen – die tekstueel steevast doorsijpelden in de teksten die hij schreef – worden secuur (zij het ratingvriendelijk) gevat, de dynamiek met de andere groepsleden levert eveneens mooi kijkvoer op en de scènes waarin we zien hoe “Bohemian Rhapsody” (en andere hits) zich materialiseren swingen als een schwing.

Tegenargumenteren dat “Bohemian Rhapsody” er enkel maar is voor de überfans van Queen, kan. En mag. Maar feit is dat deze Queenfilm met passie en verve is gemaakt. Malek alleen al zorgt er met zijn centrale vertolking voor dat zowat alle tegenkantingen met een welgemikte darlings  plaagstoot van tafel worden geveegd. Dat de strubbelingen op de set – regisseur Bryan Singer werd een zestal weken voor het eind van de opnames vervangen door Dexter Fletcher – geen invloed hebben op de flow van het eindproduct zegt veel over het professionalisme van de productieploeg.

En over professionalisme gesproken … vooraleer je tijdens de eindgeneriek kan genieten van “Don’t Stop Me Now” en “The Show Must Go On” krijg je een twintig minuten durende reconstructie te zien van het integrale Live Aid concert van 13 juli 1985. Een geniale vondst en a kind of magic: kijk daarna op YouTube naar de echte beelden en je zal zien dat zowat alle details (inclusief bier- en Pepsibekers op de piano) minutieus kloppen. Een fabuleuze hartkleppulserende finale van een fijne figaro magnifico film. 

Alex De Rouck