Bad Times At The El Royale

Productiejaar: 
2018
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
24/10/2018
Verdeler: 
20th Century Fox
Speelduur: 
144 minuten
Filmgenre: 
Thriller
Regisseur: 
Drew Goddard
Producent: 
Drew Goddard
Jeremy Latcham
Director of Photography: 
Seamus McGarvey
Uitvoerend Producent: 
Mary McLaglen
Beeldmonteur: 
Lisa Lassek
Productie Ontwerper: 
Martin Whist
Kostuumontwerper: 
Danny Glicker
Componist: 
Michael Giacchino
Jeff Bridges
/  
Pastoor Daniel Flynn
Cynthia Erivo
/  
Darlene Sweet
Dakota Johnson
/  
Emily Summerspring
Jon Hamm
/  
Laramie Seymour Sullivan
Cailee Spaeny
/  
Rose
Louis Pullman
/  
Miles Miller
Chris Hemsworth
/  
Billy Lee
Hannah Zirke
/  
Jonge Emily Summerspring
Manny Jacinto
/  
Wade
Jim O'Heir
/  
Milton Wyrick
Alvina August
/  
Zangeres
Nick Offerman
Mark O'Brien
Xavier Dolan

Goede tijden.  Slechte tijden.  In het El Royal Hotel zijn het in januari 1969, het jaar waarin Richard Nixon als 37e President van de Verenigde Staten werd geïnaugureerd zoals dat heet, alvast van de tweede soort.  Het hotel met foto’s van diverse grootheden uit het verleden die aan de muur hangen zijn een concrete herinnering van het roemrijke verleden van het hotel dat uniek was en nog een heel klein beetje is in zijn concept en aanpak.  Als we de dikke rode verflijn mogen geloven dan staat het gebouw pal op de scheidingslijn tussen de twee staten Nevada en Californië.  Het houdt in dat de receptionist Miles Miller, niet alleen ‘General Manager’  maar ook de enige werknemer van El Royale, bij het verwelkomen van de nieuwe gasten zijn ingestudeerd ontvangstnummertje voordraagt en daarin melding maakt dat je ofwel in Nevada dan wel in de Staat Californië kunt overnachten.

Het overkomt ook Pastoor Daniel Flynn (Jeff Bridges) en soulzangeres Darlene Sweet (Cynthia Erivo) ook wanneer zij op een avond de toegangsdeur doen openzwaaien.  De twee lijken alvast niets met elkaar te maken te hebben, of toch wel ?  Na het voorleggen van de plattegrond van het hotel kiezen ze uiteindelijk voor een afzonderlijke kamer.  En spelen er zich in hun respectievelijke verblijfsruimte vreemde dingen af.  Korte tijd hierna nog een gast.  Emily Summerspring.  Maar die is niet alleen.  Zij betrekt samen met nog iemand anders haar kamer.  En deze keer is er wél een verband tussen de twee.  Alleen is het niet onmiddellijk duidelijk wat de link precies is.  En daarmee is het lijstje van gasten of bezoekers van de El Royale nog niet compleet.  Er is ook nog een man met bril die vermoedelijk wel iets met Politie of Justitie te maken heeft, een stofzuigerverkoper, een Billy Lee.  In totaal is het lijstje met personen die in het ooit zo glorievolle maar nu diep weggezakte El Royale een onderkomen vinden, zeven namen lang.

Mysterieus ?  Absoluut.  En dan hebben we het nog niet gehad over de openingsscène die zich tien jaar eerder – in 1958 dus – afspeelt.  En precies dat is de bedoeling van de makers en meteen ook de sterkte van de film.  Het scenario uit de doeken doen in een overheersende dikke mist van intrige en geheimzinnigheid én dan nog in stukjes, in compartimentjes.  Kamer 1, check.  Andere kamer.  Afgevinkt.  Het is in een soort van Cluedo-modus dat het allemaal op je afkomst.  Ahoewel…  het is niet echt zoeken naar de moordenaar of het gebruikte wapen, eerder naar het totale plaatje van alles.  Het zorgt er allemaal voor dat de film die toch wel afklokt op een dikke twee uur (!) nauwelijks dieptepunten of slappe momenten kent.  Een uitzonderlijke keer wordt er scènematig teruggekeerd in de tijd en ook met de chronologie gaat men wat schuiven maar niet op een manier dat de samenhang tussen de verschillende stukken, kamers en personages er niet meer is of er belangrijke losse eindjes achterblijven.  Die zijn er echter wel zij het heel beperkt maar krijgen allicht bij een tweede zit van deze film een antwoord.

Regisseur Drew Goddard schreef ook het scenario voor de film.  Hij had het op een gegeven moment wel even gehad met moeilijke visuele effecten en andere hindernissen bij het filmen waardoor hij besloot dat zijn volgende film er één zou worden in de zin van “a bunch of actors in a room talking”.  Zijn voorliefde voor hotels mag dan wel de verklaring zijn voor de locatie van zijn nieuwste prent, op vlak van aanpak blijft het vooral een dappere keuze.  Goddard heeft zich voor het schrijven van het script overigens een tijd opgesloten in een hotelkamer en kwam, mede dank zij zijn voorliefde voor de film noir en misdaad-fictie, tot het positieve resultaat van “Bad Times at the El Royale”.

Voor de échte-/superfans van deze El Royale-prent vermelden we nog dat het hotel in kwestie geen reproductie is van een bestaand gebouw, laat staan dat het écht bestaat.  Het hotel zelf werd dan ook van niets opgetrokken in een opnamestudio met een totale oppervlakte van iets meer dan 5.000 vierkante meter.  Het vond allemaal plaats in Burnaby, net buiten Vancouver (Brits Columbia).  De grootte van de ‘set’ was noodzakelijk als je weet dat er ook buitenscènes zijn die men niet wou opnemen op een andere locatie al was het maar om in één (camera)beweging te kunnen overgaan van binnen- naar buitenopnames.

“Bad Times at the El Royale” werd overigens opgenomen op film (en dus niet digitaal) waarbij men er voor koos om dit ‘anamorphic’ te doen.  Duidelijk merkbaar aan de brede(re) kijk die je als kijker hebt op wat in beeld komt en een filmmaker de mogelijkheid biedt om op een makkelijker manier méér in beeld te brengen op een manier waarbij niets of niemand aan belang inboet.  Goddard vergelijkt het met de aanpak van een Sergio Leone van vroeger.  Cameraman seamus McGarvey (“The Hours”) gebruikte voor de opnames overigens lenzen uit de Jaren ’60, begin de Jaren ’70 om het beste effect te bereiken.

Goddard die destijds zijn regiedebuut maakte met “The Cabin in the Woods” lijkt in zijn aanpak wel geïnspireerd door Tarantino.  Het opdelen van de film in verschillende segmenten, het KNT-logootje, de bloederige momenten, gemeenschappelijke kenmerken die ons sterken in onze overtuiging dat er maar weinig films van de meester zijn die Goddard niét heeft gezien.  En wie bij de ‘El Royale’ film ook aan de sfeer en aanpak van Joel en of Ethan Coen denkt sluit zich ook aan bij ons gevoel.

Ook al sterk tenslotte : de muziek.  Cynthia Erivo zingt als een spreekwoordelijke nachtegaal en ja… ze heeft dit écht wel zelf gezongen, niet zo verwonderlijk, gelet op haar Broadway-verleden : de rol van Celie in de theateruitvoering van “The Color Purple” brachten haar meerdere prijzen op.  En heel straf als je weet dat één specifieke zang-scène waarin dus live gezongen werd een twintigtal keer werd overgedaan voor “Bad Times at…”  .  De nummers die ze brengt mogen dan allemaal bestaande liedjes zijn, ze werden vooral geselecteerd voor de teksten die nauw aansloten bij wat de makers wilden overbrengen op de kijker.

Wat ons betreft dus één van Goddard’s betere, zoniet de beste film die hij tot nu toe heeft gemaakt.

Koenraad Adams