Atomic Blonde - The Coldest City

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2017
Releasedatum: 
16/08/2017
Filmgenre: 
Actie
Thriller
Speelduur: 
115 minuten
Verdeler: 
Sony Pictures Releasing
Regisseur: 
David Leitch
Producent: 
Charlize Theron
Beth Kono
A.J. Dix
Kelly McCormick
Eric Gitter
Peter Schwerin
Uitvoerend Producent: 
Nick Meyer
Marc Schaberg
Joe Nozemack
Steven V. Scavelli
Ethan Smith
David Guillod
Kurt Johnstad
Scenarist: 
Kurt Johnstad
Charlize Theron
/  
Lorraine
James McAvoy
/  
David Percival
/  
CIA-agent
Til Schweiger
/  
James Gasxoigne
Eddie Marsan
/  
Spyglass
Sofia Boutella
/  
Sandrine
Toby Jones
/  
Gray
Bill Skarsgard
/  
Merkel
James Faulkner
/  
Chief C
Roland Moller
/  
Beckmentov
Johannes Johansson
/  
Yuri Bakhtin
Sam Hargrave
/  
Gascoigne
Barbara Sukowa
/  
Lijkschouwer
Atilla Arpa
/  
Oost-Duitse bewaker # 1
Martin Angerbauer
/  
Oost-Duitse bewaker # 2

Zalig zij die puberaal okselhaar hebben in plaats van grijze neusharen. En een slaapkamermuur of plafond waarop nog plaats is om een poster van Charlize Theron te duimspijkeren of te plakbanden. De Zuid-Afrikaanse/Amerikaanse diva (want dat is ze intussen) groeide met gatschoprollen in “Prometheus”, “Mad Max: Fury Road”, de twee “Huntsman”-films (zelfs die, ja) en deze “Atomic Blonde” uit tot een posterwaardig icoon dat zowel in emancipatie- als testosteronhabitats past. Los daarvan kan ze ook meer dan een aardig stukje acteren natuurlijk: Therons carrière enkel maar typeren aan de hand van vijf actietitels is immers iets te kort door de bocht. Maar het mag, volgens de wetmatigheden van het helaas niet meer in de handel verkrijgbare Eerste Paragraaf Schrijven-handboek.

Gatschop dus. En hoe iconisch Theron ook al was in “Fury Road”, het is pas in deze “Atomic Blonde” dat ze haar vrouwzijn tot buiten de stratosfeer uitmelkt. Bikkelhard, sexy, cool … de kans dat James Bond en Jason Bourne niet thuis geven als zij op hun voordeur staat te bonken of via de schoorsteen naar binnen glijdt, is reëel. Zo mooi en meedogenloos is ze. Toch is het niet enkel Checkpoint Charlize die van “Atomic Blonde” een (voor het grootste deel) geslaagde film maakt. Ook de setting (Berlijn aan de vooravond van de val van de Berlijnse muur), een succulente eighties mixtape, neonoogsnoep en de dusver beste actiescène van het jaar zorgen ervoor dat de duim omhoog mag. Zij het toch licht twijfelend, en daar zit het rommelige scenario voor veel tussen.

Het bronmateriaal van “Atomic Blonde” is de in 2012 verschenen graphic novel “The Coldest City” van Anthony Johnston. Theron kreeg het al te lezen toen het nog niet gepubliceerd was, en was van meet af aan verkocht. Ze verzilverde de rechten via haar productiemaatschappij, en tikte na het zien van “John Wick” David Leitch op de schouders, coregisseur en stuntcoördinator van wat zich eenvoudig laat omschrijven als de comeback van Keanu Reeves. Theron was zwaar onder de indruk van de stijl van die film, en wou een identieke hardboiledaanpak voor haar passieproject. Het script werd toevertrouwd aan Kurt Johnstad, die met de twee “300”-films bewees niet vies te zijn van het naar filmtaal aanpassen van graphic novels. Maar blijkbaar wel van het naar een coherente filmtaal aanpassen van graphic novels.

Au fond is “Atomic Blonde” een mallemolenversie van een John Le Carré-verhaal. In volle koude oorlog doet in Berlijn een lijst de ronde waarop iedere buitenlandse agent/spion staat vermeld die in de Sovjet-Unie actief is. Een lijst die om begrijpelijke redenen door Jan en alleman gegeerd is. Via een Oostduitser die naar het Westen wil overlopen komt de lijst bij een MI6-agent terecht. Die wordt echter vermoord door een KGB’er, die de gegevens voor eigen gewin aan de hoogstbiedende wil verkopen. Waarop Lorraine Broughton (Theron) in beeld komt, een van de meest gevreesde MI6-agentes. Zij wordt naar Berlijn gestuurd om de lijst terug te halen en komt daardoor in een wespennest terecht waarin verraad en dubbelverraad de dag kleuren. Een verhaal dat zich in principe duidelijk zou moeten laten vertellen, ware het niet dat Johnstad iets teveel zijn best doet om de rode haringen, nodeloos ingewikkelde plotconstructies en flashbackinitiaties op de voorgrond te plaatsen. Waar West- en Oost-Berlijn liggen mag dan wel duidelijk zijn, het noorden is meer dan eens zoek.

Jammer dat het script de januskop van dienst is, eigenlijk. Met een beter gestructureerde plot zou er nog meer plezier te beleven zijn aan de bewust over de top gaande vertolking van Theron. Zeker omdat Leitch weet hoe een film - ook al bewust - over de top te stileren en hoe (gewelddadige) actie opwindend in beeld te brengen. Al is het niet vanaf het begin raak: sommige scènes zijn zelfs redelijk banaal te noemen - het pak rammel dat wordt uitgedeeld tijdens Nena’s “99 Luftballons” bijvoorbeeld is regiematig maar blah. Maar dat is allemaal vergeven eens Leitch zijn splinterbom loslaat: de ruim tien minuten durende overlevingsslag in een ijzig verlaten appartement waarin Theron tot op het uiterste gaat om haar tegenstanders van zich af te schudden is manna voor een ieder die graag stukken en brokken in het rond ziet vliegen. Een sublieme scène waarvan de sterkte ironisch genoeg nog duidelijker de pijnpunten van de prent blootlegt. Zoals de nogal seuterige manier waarop een lesbische relatie in de plot is ingebouwd.

En dan is er nog de muziek: een nagenoeg perfect samenraapsel van gouden nektapijtklassiekers schalt nagenoeg onophoudelijk uit de luidsprekers. Al heeft Leitch een beetje pech dat Edgar Wright de muzikale omlijsting in “Baby Driver” nog beter aanpakte door de muziek in de plot te integreren. In “Atomic Blonde” blijft alles in de eerste plaats natuurlijk gewoon auditief behang. Net zoals alles aan “Atomic Blonde” behang is eigenlijk: voor de puberkamer, voor een filmzomer waarin nieuw materiaal het beter doet dan heel wat kwakkelende franchises, voor een filmsite waarin serieuzigheid en neuzeneuzigheid elkaar nogal eens voor de voeten durven lopen en voor de multiplexen die opnieuw vlot over de tong gaand ijspraline-entertainment kunnen afficheren. Laat aanrukken, die muurpap.

Alex De Rouck