Barry Fitzgerald

William Joseph Shields
° 
° 
10/03/1888
Dublin
Ierland
+  
14/01/1961
1 The Catered Affair     1956     
Langspeelfilm     Drama     
93 minuten     
Regie : Richard Brooks
2 Going My Way     1944     
Langspeelfilm     Drama     
Regie : Leo McCarey
3 Corvette K-225     1943     
Langspeelfilm     Oorlog     
99 minuten     
Regie : Richard Rosson
4 The Amazing Mrs. Holliday     1943     
Langspeelfilm     Komedie     
96 minuten
5 How Green Was My Valley     1941     
Langspeelfilm     Drama     
118 minuten     
Regie : John Ford
6 The Sea Wolf     1941     
Langspeelfilm     Drama     
90 minuten     
Regie : Michael Curtiz
7 The Long Voyage Home     1940     
Langspeelfilm     Drama     
105 minuten     
Regie : John Ford
8 Pacific Liner     1939     
Langspeelfilm     Drama     
75 minuten     
Regie : Lew Landers

Barry Fitzgerald – eigenlijk William Shields want dat is zijn echte naam – volgde een opleiding aan de Merchant Taylor’s School in Dublin en liet hier een heuse boekhoudcursus op aansluiten om in 1911 uiteindelijk aan de slag te gaan bij… het Ministerie van Handel (!).

Een vreemde start voor iemand die later een bijzonder succesvol acteur zou worden maar dat aanvankelijk enkel toonde in het Abbey Theatre waar hij door de jaren heen uitgroeide tot een heuse veteraan binnen de organisatie.  In 1916 was hij in een figurantenrolletje voor het eerst te zien in een langspeelfilm en kreeg er een Iers klinkende toneelnaam wat natuurlijk beter paste bij zijn afkomst.  Eind de jaren ’20 trok Fitzgerald samen met nog een aantal andere acteurs en actrices met een Abbey-verleden naar Amerika.  Het zorgde voor elk van hen voor een makkelijke entree in het Broadway-circuit.

In 1929 werd ‘The Silver Tassle’ voor hem geschreven door Sean O’Casey, een stuk wat zo succesvol was dat Barry Fitzgerald de rol van de alcoholicus kreeg in “Juno and the Paycock”, een Britse productie van niemand minder dan Alfred Hitchcock.

Het was John Ford die hem in 1936 kon overtuigen om het ook in Hollywood te proberen en er zijn toneelrol van Sean Casey’s ‘The Plough and the Stars’ in een filmrol om te zetten.

In 1944 tekende hij een contract bij Paramount.  Zijn Ierse afkomst kwam hem/hen goed van pas want op die manier was hij hun eerste keuze als het aankwam op het casten van een Ierse karakterspeler in ondermeer “Going My Way”, “Naked City” en “The Quiet Man”.

Zijn rol van de klagende, mokkende pastoor Fitzgibbon in Leo McCarey’s “Going My Way” bezorgde hem een Academy Award/oscar.  Neen, correctie… twee zelfs, of neen… één Oscar, en een tweede nominatie voor dezelfde rol (!).  Hij won de Oscar voor ‘Beste Acteur in een Bijrol’ en werd daarnaast ook genomineerd voor Beste Acteur, een categorie waar hij dan weer niet won.  Begrijpe wie begrijpe kan.  En vooral de bevestiging van onze stelling dat de ‘Academy’ er een tijdje en/of op verschillende vlakken een heuse knoeiboel heeft van gemaakt.

Om dit soort van absurde toestanden uit de wereld te helpen heeft men hierna dan maar de regels aangepast zodat dit geen tweede keer kon voorvallen.  Zucht.